Voorbereiding


Dit is het verslag van een zeekajak tocht in zuidoost Alaska met Sien van Meurs, Sanja van der Veer, Pieter Oostra en Axel Schoevers in de periode 8 juni tot en met 24 juli 1999.


Het begin

Wat het laatste tochtje van het seizoen had moeten worden werd de aanloop voor een 18 maanden durende voorbereiding ter verwezenlijking van een droom. Tijdens de 'snerttocht' van Peddelpraat in december 1997 door de Biesbosch, werd door Sien en Sanja gepolst of ik interesse had in een vakantie in Alaska in 1999. Ik dacht eerst aan een grapje omdat Alaska bij mij een voorgeschiedenis heeft van voor het zeekajak varen. Groot moet hun verbazing geweest zijn toen ik hier direct een definitief ja op kon antwoorden. Ook Herman van Megen werd uitgenodigd. Hem hadden ze speciaal gelokt om met de snerttocht mee te varen. Ik kan mij niet anders herinneren dat ik mij uit eigen initiatief bij Karel Borneman had aangemeld.

Sien herinnerde ik mij nog goed van een Rondje Texel onder barre omstandigheden. Een windkracht N-6 zou afnemen, maar nam slechts toe. Ik kon het niet tegen de Noordzee golven en wind bolwerken en 'we' zouden terugkeren. Na een kwartier bleek 'we' slechts betrekking te hebben op Jaap van Dijk en ik. De condities bleken uiteindelijk ook voor Richard, Ron, Sien, Ton en Walter te zwaar, maar voor mij had Sien in ieder geval haar visitekaartje afgegeven. Herman kende ik als 'zeemijlenvreter'. Dat jaar nog deed hij 'eindelijk' eens mee aan de GRIMA en kwam schijnbaar moeiteloos als eerste binnen. Sanja kende ik alleen van gezicht van een NKB Vlieland zeekamp.

Sien had het over de 'Alexander Archipelago'. Zei mij niets, maar ik kende wel iets als de 'Inside Passage'.

Voorgeschiedenis

In 1987 ben ik voor het eerst in de VS geweest. Na twee weekjes oostkust ontdekte ik een jaar later het rugzak kamperen aan de westkust van de VS. Bijzonder enthousiast geworden volgde weer een jaar later een tocht langs de nationale parken in het noordwesten van de VS en Canada. Het werden steeds langere meerdaagse trektochten en hoe noordelijker ik kwam hoe ruiger en hoe eenzamer.

In 1990 was Alaska dan ook een logisch vervolg. De meest eenvoudige manier om Alaska te verkennen is met de veerboot. Vanuit Bellingham, noordelijk van Seattle, vertrekt een veerboot die de 'Inside Passage' volgt en dorpjes in zuidoost Alaska aandoet. Diverse andere veerboten van deze 'Alaska Marine Highway' doen nog kleinere dorpjes aan. Zuidoost Alaska is ruwweg het smalle kustgebied ten noorden van Prince Rupert in British Columbia. Het kustgebergte vormt de grens met de Canadese provincie Yukon. Eén van de hoogtepunten van deze reis was Glacier Bay. Dit is een gebied waar zich vele getij gletschers bevinden. In de afgelopen paar honderd jaar hebben deze gletschers zich steeds verder teruggetrokken. Wat tevoorschijn komt is een uitgestrekt fjorden systeem en een open landschap. De gletschers en het afbrokkelende ijs worden bezocht door een (dure) rondvaartboot. Ik liet mij door deze rondvaartboot afzetten bij een 'drop-off' punt om in drie dagen een stukje van het gebied te voet te verkennen. Een stel laadde hun gehuurde tweepersoons zeekajak uit. Dit was mijn eerste contact met het zeekajak varen. In 1991 en 1993 heb ik diverse andere delen van Alaska bezocht. In Denali National Park bladerde ik door een verslag van een 6 maanden durende kano tocht over de Yukon rivier tot aan de Bering straat. Ergens na de laatste reis heb ik een documentaire gezien van een expeditie van een paar Engelsen, waaronder Derek Hutchinson naar later bleek, naar de Aleoeten. Hieruit ontstond het idee om een volgende keer Alaska met de zeekajak te bezoeken.

Toevallig bleek een collega, Fred Bierman, verstand van kajak varen te hebben. Hij had al een andere collega geadviseerd om te gaan oefenen in het zwembad. Toen ik na drie zwembadsessies toevallig een keer met de eskimo-rol boven kwam, redeneerde ik dat kajak varen ook wel iets voor mij was. Met advies van Fred heb ik op de NKB-beurs (april 1994) een tweedehands Meridian gekocht. Er volgden twee seizoenen en vakanties op Nederlands binnenwater. Op het Peddelpraat zeekamp van 1995 zakte ik voor mijn examen zeevaardigheid. Ik had mij helemaal geconcentreerd op de eskimo-rol. De hoge steun, natuurlijk de belangrijkste techniek, had ik nooit geoefend. Alaska bleef in beeld doordat Nigel Foster zich aan het einde van de week nog kon herinneren dat Alaska de reden was waarom ik met zeekajak varen begonnen was. Vanaf 1996 voer ik zeetocht na zeetocht en volgde ik zeekamp na zeekamp. Diapresentaties van expedities van Nigel Laybourne en Hans Mulock Houwer gaven aan dat soort tochten veel voorbereiding en ervaring vereisen. Op het NKB Vlieland zeekamp van 1996 besloten Nico Pennings, Pieter Oostra en ik dat het tijd werd om zelf iets te organiseren. Dit resulteerde in tochten rond Mull (1997) en de Shetlands (1998). Føroyar stond al op het programma. Alaska was helemaal op de achtergrond verdwenen. Tot dan die zondag in december 1997.

De eerste vergadering

Sien en Sanja waren zo enthousiast dat de voorbereidingen vrijwel direct na de snerttocht begonnen. De eerste bijeenkomst was bij Sanja op eerste en tweede kerstdag 1997. De bedoeling was dat we de eigen zeekajaks zouden verschepen naar Alaska. Er werden taken verdeeld. Sponsoring kwam ter sprake. Maar we kwamen erachter dat we eigenlijk alle spullen al hebben. Of het moest gaan om het lenen van zeekajaks en uitrusting vanaf het moment dat onze eigen zeekajaks op transport zijn. Het aanschrijven van kano bouwers in Engeland en de VS voor informatie met betrekking tot transport, en wellicht sponsoring van dat transport, leverde niets op. Sien en ik begonnen het gemak en het belang van internet bij de voorbereiding te ontdekken. Een eerste schatting van de transportkosten leverde op dat het verschepen van de eigen zeekajaks maar iets duurder was dan het huren. Natuurlijk wilde ieder van ons het liefst met de eigen zeekajak. Het idee van 'trage, stabiele, Amerikaanse tupperware slagschepen met roer' sprak ons niet zo aan. Duidelijk een vooroordeel.

Bestemming en route

De bestemming is de 'Alexander Archipelago'. Dit is een eilandengroep in zuidoost Alaska. Onderdeel hiervan is West Chichagof. Het boek van Lonely Planet over Alaska meldt: "The western shoreline of Chichagof Island is one of the best bluewater trips in southeast Alaska for experienced kayakers".

Het idee is om vanuit Sitka naar Pelican te varen. Sitka wordt regelmatig aangedaan door de veerboot van de Alaska Marine Highway. Pelican wordt maandelijks door de veerboot bezocht. Het mooiste zou zijn indien ook Glacier Bay in de plannen betrokken kan worden. Het redelijk beschutte gebied van Glacier Bay is het zeekajak paradijs van Alaska. Glacier Bay is ook het meest toeristisch, in die zin dat we er waarschijnlijk ook andere zeekajak vaarders zullen tegenkomen. Maar zeekajak varen tussen het afgebrokkelde ijs van de getij gletschers is een 'must' in Alaska.

Het ideale plan is om vanuit Sitka helemaal buitenom naar Elfin Cove te varen. Bij slechte condities binnendoor via Pelican. Vandaar via Icy Strait naar Bartlett Cove in Glacier Bay. Vervolgens heen en weer naar de getij gletschers van Muir Inlet. Binnen Glacier Bay kunnen we bij tijdgebrek ook door de rondvaarboot diep in het park worden afgezet en opgepikt. Vervolgens de oversteek naar Pt. Adolphus. Daarna naar Hoonah of Tenakee. Tenslotte met de veerboot terug naar Sitka. De beste reisperiode is mei tot en met juli. Mijn voorkeur heeft mei/juni, omdat het toerisme dan nog niet op gang gekomen is. Bovendien meer sneeuw op bergen langs de kust voor mooie uitzichten. Vanaf 4 juli barst het Amerikaanse toeristenseizoen los. Echter de meeste kans op walvissen is juli/augustus. We reserveren zes weken vakantie; juni/juli.

Dit is leuk bedacht, maar er zijn nog een aantal onbekende factoren. Hoe gevaarlijk zijn de diverse trajecten als het gaat om stroming, oceaan deining, wind en landingsplaatsen?

Voor Sien, Sanja en Herman kwamen daar nog de beren bij. Gelukkig heb ik nog oude foldertjes van "You are in Bear Country". Ik probeer de anderen gerust te stellen met de wetenschap dat mensen geen onderdeel van de voedselketen van een beer zijn. Verder weet ik uit eigen ervaring dat niet alles in de foldertjes staat. Zo staat er dat grizzly beren niet in bomen kunnen klimmen. Leuk om te weten, maar op de tundra heb je niets aan die wetenschap, want daar zijn vrijwel uitsluitend grizzly's en geen bomen. Op de tundra moet een beer hard werken voor zijn bestaan, ze hebben altijd honger en zijn derhalve wat kleiner. In zuidoost Alaska zijn er op de ABC-eilanden (Admiralty, Baranof en Chichagof) meer beren dan mensen. Het betreft zwarte en zogenaamde 'coastal grizzly' beren. Ze hebben meer dan genoeg te eten (zalm), maar zijn ook veel groter. Daarnaast struinen beren in zuidoost Alaska de laagwaterlijn af naar voedsel. Laat dat nu net de plek zijn waar een zeekajak vaarder ALTIJD in de buurt van is.

De kampeeretikette, zoals ook in de foldertjes beschreven, moet dus minutieus worden aangehouden. Dit houdt in:
-niet koken en eten in de tent,
-geen eten in de tent bewaren,
-koken benedenwinds op afstand van de tent en
-eten bewaren op afstand van tent en kookplaats; indien mogelijk in een boom.

Ik zie het meest op tegen het dagelijkse ritueel van in- en uitpakken van al het eten van de zeekajak. In ieder geval zorgt mijn voorwetenschap ervoor dat ik voldoende waterdichte, en daarmee luchtdichte, zakken meeneem om het aantal handelingen tot een minimum te beperken.

Aids to Navigation

Het eerste boek, na Lonely Planet's 'Alaska a Travel Survival Kit' was Sien's aanschaf van 'Charlie's Charts of Alaska'. Dit boek beschrijft vaarroutes naar Alaska vanuit Seattle. Daarnaast had ik op de NKB beurs (1998) de boeken 'Fundamentals of Kayak Navigation' en 'Coastal Kayakers Manual' gekocht. Deze Amerikaans georiënteerde boeken kwamen nu goed van pas door referenties naar en uitleg van Amerikaanse zeekaarten en stroming gegevens. Toevallig kwam ik ook nog een versleten oorspronkelijke uitgave van 'The Coastal Kayaker' tegen. Deze uitgave behandelde zelfs enkele zeekajak tochten in de 'Pacific Northwest', waaronder Alaska. Met deze informatie leerden we dat er toch nog wel wat kritieke punten op de voorgenomen route lagen.

Zoals eerder genoemd, internet speelde een belangrijke rol bij de voorbereiding. Mijn pogingen om via de nieuwsgroep rec.boats.paddle informatie over stroming en kaarten te krijgen hadden slechts beperkt succes. Deze nieuwsgroep gaat vrijwel uitsluitend over wildwater varen. Berichten over zeekajak varen vallen in het niet bij de wildwater berichten en worden nauwelijks beantwoord. Uiteindelijk druppelen er toch enige antwoorden binnen waarmee ik verder kan. Twee daarvan zijn van zeekajak vaarders die in Alaska wonen en er worden interessante e-mailtjes uitgewisseld.

Uiteindelijk beschikken we over een niet onaanzienlijke hoeveelheid informatie. Amerikaanse zeekaarten melden: "The prudent mariner will not rely solely on any single aid to navigation".

We beschikken, naast eerder genoemde boeken, over:
-Zeekaarten (NOAA 1:40.000 en 1:80.000)
-Legenda (Chart #1:Nautical Chart Symbols, Abbreviations and Terms)
-US Coast Pilot #8 (Pacific Coast of Alaska: Dixon Entrance to Cape Spencer)
-Topografische kaarten (USGS 1:63.360)
-Getij gegevens (internet)
-Stroom gegevens (Pacific Coast North America and Asia)
-e-mail abonnement op Local Notices to Mariners (17th District)
-Veerboot dienstregeling Alaska Marine Highway (internet)
-Exploring the Inside Passage to Alaska (Cruising Guide)

Er bestaat ook de nieuwsgroep alt.culture.alaska. Hierin wisselen mensen die in Alaska wonen allerlei nieuwtjes uit. Toen ik in de wintermaanden hierin keek was het aantal berichten vrij beperkt. Hoe specifieker de vraag hoe gedetailleerder het antwoord was. Een leuke anekdote is wel mijn vraag of in Elfin Cove (60 inwoners in de zomer) levensmiddelen te koop zijn."

De antwoorden:
-Er is een winkeltje (Elfin General). Speciaal voor de visserij is deze in de zomermaanden goed voorzien.
-Je kunt een doos met voedsel (of uitrusting) vanuit Sitka per post restante versturen.
-Voor informatie kun je willekeurig iemand in Elfin Cove bellen. "Essentially, dial 907-239-22 then any random two digits!"

In maart 1999 bleek de nieuwsgroep een stuk drukker geworden. Vooral met zeer algemene vragen van mensen die in de zomer naar Alaska met vakantie willen…

Een nieuwe deelnemer

We vertoeven zeer regelmatig in het zwembad van Zaltbommel. Het oefenen liet zich goed combineren met het uitwisselen van informatie. We maken mekaar gek. Het oefenen van de meest exotische technieken aan mijn slechte kant vormt uiteindelijk nog de enige uitdaging. Kortom oefening baart (zwembad-) kunst. We bespreken of we nog meer mensen moeten uitnodigen. Ik noem gelijk Nico en Pieter als kandidaten, maar laat de beslissing wijselijk over aan Sien en Sanja. Uiteindelijk wordt de groep uitgebreid met Pieter. We zijn met vijf.

De eerste tegenslag

Herman heeft slecht nieuws. In verband met medicijngebruik en regelmatige controle vindt hij een vakantie ver van de bewoonde wereld niet verantwoord. Omdat de situatie altijd nog kan verbeteren blijft hij van harte welkom. Hij vaart wel mee met onze varende meerdaagse 'vergaderingen'. Het vergt opperste concentratie en techniek om Herman bij te houden. Soms heb ik het gevoel dat we te vaak bij elkaar komen en samen tochten varen. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat wij voor het grote moment op elkaar uitgekeken zijn. Hierbij speelt mee dat ik steeds vaker Peddelpraat tochten moet laten schieten. Soms loop of vaar ik mijn Peddelpraat maatjes straal voorbij, in discussie met mijn tochtgenoten of in gedachten verzonken. We zijn alleen maar bezig met Alaska. Ook is ons plan nu algemeen bekend. Het liefst had ik alles stil gehouden tot het moment dat alles geboekt is. Wat nu als het niet doorgaat? De zeekajaks worden in Zaltbommel nogmaals nauwkeurig opgemeten. Het hout wordt voor vier zeekajaks berekend.

Transport en Kisten

Sien heeft regelmatig contact met verschepers en kistenmakers. Het transport naar Seattle is overzichtelijk. Echter van Seattle naar Sitka krijgen we geen duidelijke prijsopgave. Het lijkt duurder te worden bij elke keer informeren. Het is mogelijk om de zeekajaks vanuit Bellingham op de veerboot naar Alaska mee te nemen. Dit is de 'goedkoopste' oplossing. Echter dat zou ons bij het einde van de tocht weer vier dagen veerboot kosten om terug naar Seattle te geraken. De logistiek zou dan teveel van onze kostbare vakantietijd vergen. In verband met logistiek en speling is de beschikbare tijd al opgerekt naar zeven weken. Wat betreft de kisten lijkt het verstandiger om deze zelf in elkaar te timmeren. Als de transportkosten tot boven de 2000 gulden per zeekajak stijgen, besluiten we nog eenmaal een rondje zeekajak verhuurders te maken. Eerste reacties geven aan dat huren nog steeds rond 1800 gulden per zeekajak zou kosten. Het hout voor de kisten wordt besteld…

Op de valreep

Op zaterdag 13 februari 1999 wordt het hout bij de houthandel opgehaald. Op maandag 15 februari bezorgt de post een brief en catalogus van Baidarka Boats uit Sitka. Wat zich de volgende twee weken afspeelde was de meest gestreste periode van de voorbereiding. Bij eerdere zoektochten op internet was ik dit bedrijf niet tegengekomen. Hoe dat mogelijk was zal voor mij altijd een raadsel blijven omdat ze gewoon ook een web pagina hebben. In ieder geval verhuren ze polyester zeekajaks tegen een zeer aantrekkelijke prijs. Zo aantrekkelijk dat het hele plan van het verschepen van de eigen zeekajaks ter discussie staat. Via internet heb ik de specificaties van de zeekajaks achterhaald. Het zijn 'echte' polyester zeekajaks. Iets meer volume dan een Baidarka; met roer. Bij de meegeleverde uitrusting vallen de vuurpijlen positief op. Tijdens de zwembadbijeenkomst op 21 februari wordt besloten te gaan huren. Ik heb telefonisch contact met ene Larry Edwards, de eigenaar van Baidarka Boats. Als de huur rond is slaak ik een zucht van verlichting: "yes! Alaska here we come". Vervolgens wordt de open reservering van de veerboot van Bellingham naar Sitka betaald. Het vliegretour was al eerder geboekt. De hectische periode waarin alle opties bekend zijn, knopen doorgehakt moesten worden, boekingen en betalingen gedaan, bevestigingen afgewacht, is voorbij. De rust keert weer en ik verheug me op het relaxte begin van de vakantie; de 'inside passage' naar Sitka met overnachting en overstap in Ketchikan en Petersburg. Dorpjes die ik al eerder bezocht in 1990.

Toevalligheden

Hoe ver gaan voorbereidingen? En hoezeer bestaat het leven uit een aaneenschakeling van toevalligheden?

De post bezorgt een dikke envelop uit Elfin Cove. De brief blijkt afkomstig van Bob en Louise Mourant. Hen had ik een hele tijd geleden een e-mailtje gestuurd met een vraag over kajak transport van Seattle naar Sitka. Zij verontschuldigen zich voor de late reactie; ook Alaskanen gaan wel eens met vakantie. Zij konden mij niet helpen, maar verwezen naar een transportonderneming Alaska Outports. Ter informatie hadden ze het nieuwe telefoonboek, inclusief gele gids, van zuidoost Alaska gestuurd. In deze 'pocket' staan ook getijgegevens, getijconstanten, veerboot dienstregeling, marifoon informatie, etc. Kortom een naslagwerk waaruit duidelijk de relatie van dit gebied met de zee blijkt.

Toevallig vond ik bij mijn kanovereniging oude nummers van 'Sea-Kayaker Magazine'. Ik ben zelf sinds twee jaar geabonneerd op dit Amerikaans georiënteerde blad voor zeekajak varen. In het oudste aanwezige nummer (Spring 1986) vond ik een artikel over zuidoost Alaska. Waarom nu pas? Alle informatie waarover we na veel zoekwerk beschikken staat in dat artikel of wordt naar verwezen. Duidelijk zichtbaar een advertentie van Baidarka Boats… Een ingezonden brief van… Larry Edwards… "of Sea-Kajaker het voortaan wil laten te precieze routebeschrijvingen te geven. West-Coast Chichagof beschouwd hij nu al 'red flagged'". Dat wil zeggen dat het gebied aan zijn populariteit ten onder dreigt te gaan.

Laatste voorbereidingen

Nu komt alles in een stroomversnelling. Uitrusting in orde maken; dat wil zeggen 'de puntjes op de i'. Rugzak proefinpakken. Bij het controleren van mijn reisverzekering op personeel condities blijkt dat deze zeekajak varen een gevaarlijke activiteit beschouwd welke niet gedekt is.

Ik ben dagen en avonden bezig met de miniaturisering van alle informatie die ik tijdens de tocht denk nodig te hebben:
-Dienstregeling van de veerboot
-Tijden van hoog water
-Verval ter indicatie van springtij/doodtij en te verwachten stroomsterkte in de vorm van een grafiek
-Stroomgegevens
-Telefoonnummers
-Frequenties en uitzendtijden van weerberichten
-Controleren 'Local Notices to Mariners'

Daarnaast schrijf ik zoveel mogelijk informatie op de A3 kleurenkopieën van de zeekaarten.

Bij de stroomgegevens hebben we niet de 'luxe' van een stroomatlas. De stroomgegevens worden voor een heel jaar van dag tot dag aangegeven voor bepaalde locaties. Daarnaast worden voor andere locaties afwijkingen (tijd en sterkte) gegeven. Het vereist rekenwerk om de kenteringen op een bepaalde locatie en dag te weten te komen. Interessant is wel dat zo echt duidelijk wordt hoe vaak het water op een dag van richting veranderd (Slack > Flood > Slack > Ebb > Slack > Flood > Slack > Ebb). De Amerikanen kennen derhalve begrippen als 'minimum before flood', 'maximum flood', 'minimum before ebb' en 'maximum ebb'. We zijn wel af van de onnauwkeurigheid van de gemiddelden in een stroomatlas. Er hoeft niet bepaald te worden of het een gemiddeld springtij/doodtij betreft voor het schatten van de stroomsterkte. Helaas heb ik nu geen tijden van kentering gerelateerd aan de tijden van hoog water. Het zou mogelijk zijn deze gemiddelden uit de getallen de destilleren, maar het vele rekenwerk weerhoud mij nog van deze exercitie. Dus dat wordt elke dag uitrekenen hoe het precies zit met de kenteringen.

Pieter komt de kreet 'Marine-weather Service Chart' tegen. Eventjes zoeken op Internet levert een kaartje (MSC-15 Alaskan Waters) op met daarop alle frequenties en uitzendtijden van weerberichten in diverse delen van Alaska. Zeer nuttig nu we ergens gelezen hebben dat op delen van onze tocht de kustwacht en de National Weather Service niet via de marifoon te ontvangen zijn. We zijn dan aangewezen op kortegolf en middengolf, waar we dus nu weet van hebben.

Pieter heeft de taak op zich genomen om met twee windschermen en een zeil een variabele constructie te bedenken, zodat we droog en uit de wind kunnen koken en overleggen. De eerste proefopstelling is zeer succesvol door de vele variatie mogelijkheden.


© A.M. Schoevers

Een gecombineerd verslag van Sien van Meurs en Axel Schoevers is verschenen in NKB Mededelingen 2000/1 en 2000/2.